Niemand heeft het hem verteld.

Hij heet O. Hij is 16. Of 15.
Eerst was hij zogezegd 17.

Je ziet een donzig snorretje verschijnen, maar hij is het kind nog niet helemaal ontgroeid. Hij draagt een T-shirt van de Ronde van Frankrijk 2010, gesponsord door Carrefour. Zijn zus wacht op hem in Engeland, zij heeft de papieren. Ze kreeg een vluchtelingenstatuut. Hij heeft geen telefoon. Het is al twee maanden geleden dat hij met zijn familie sprak.

Hij is al vier maanden in Europa. Twee in Calais, twee in Brussel. Hij slaapt in het park. Hij heeft hier geen familie. Alleen wat vrienden.

Soms waagt hij ’s nachts zijn kans. Hij neemt risico’s, zegt: “Inch Allah UK!”
Hij loopt naar een parking, probeert in vrachtwagens te klimmen, wordt achtervolgd door de politie. Hij werd al eens opgepakt. En weer vrijgelaten. Ze hebben hem gezegd dat hij moest vertrekken, niet meer mocht terugkomen.

Soms overweegt hij om op de as te kruipen, om te kunnen oversteken. Hij weet dat het gevaarlijk is. Hij is bang van honden. Hij springt recht als we te bruusk bewegen dicht bij hem. Hij slaapt slecht. Hij heeft het voor het eerst heel koud. Hij heeft wel vaker honger. Maar hij blijft lachen.

Hij weet niet dat hij recht heeft op gezinshereniging.
Niemand heeft het hem verteld.