Ze stelen niets hoor, behalve ons hart …

Omdat we willen dat onze kinderen opgroeien tot kritische volwassenen, doorspekken we hun kindertijd met allerlei ontmoetingen, tonen we hun wat delen is, en leren we hun dat ze pas gelukkig kunnen zijn door aan anderen te geven. Zo hoop ik dat ze uitgroeien tot volwassenen die niet bang zijn van mensen met andere roots of een andere godsdienst.
Eigenlijk zijn ze vandaag al zo.

Dat merk ik wanneer mijn dochter van 8 me vrijdagavond zegt: “Mama, er zijn maar twee vrienden bij ons thuis. Het is koud, ik wil dit weekend gerust mijn kamer afstaan. Zo kunnen er nog twee extra komen.”

Of wanneer ik ’s avonds onderaan de trap hoor roepen: “My brother, come playing the cards”, Leopold de trappen komt afgedonderd en de avond eindigt met schatergelach in het hele huis.

Wanneer mijn zoon van 11 tijdens een supermarktbezoek met onze gasten de neerkijkende blik van een al oudere dame opmerkt en hij zoals altijd heel ‘discreet’ zegt: “Mama, kijk hoe die mevrouw naar ons kijkt. Volgens mij vindt ze me knap, en het stoort haar wellicht dat ik met mijn neef Engels praat, niet mevrouw? Ja, ik ben tweetalig omdat mijn neef me Engels leert.”

Wanneer mijn hart ineenkrimpt bij de vragen van mijn lieve schat: “Mamaaaa, maar waarom kan K. niet bij ons blijven? Hij zou hier kunnen wonen, dat stoort toch niemand?? En waarom wil België hem niet? En waarom denken de Belgen dat ze stelen terwijl ze niet eens bij hen durven te gaan??”

Deze laatste vraag van mijn dochter inspireerde me om de dame te antwoorden: “Ze stelen niets hoor, behalve ons hart.” Mijn achtjarige dochter zegt soms treffend: “Ze bijten niet.” De foto illustreert dit goed. Mijn kinderen hebben de boodschap die we hun absoluut willen meegeven, duidelijk al begrepen.