Ik besef dat er weinig mensen zijn bij wie ik me goed voel wanneer het stil is

Onze band bestaat uit stilte, zachtheid en rust. Soms zitten we een hele tijd samen zonder een woord te zeggen. Het enige hoorbare geluid is dat van de hete thee die we drinken. Een aangenaam geluid.

Ik kan met hen niet over koetjes en kalfjes praten, dat zou ongepast zijn. Ik kan hun niet vragen: “En, hoe gaat het?” Ik ken het antwoord maar al te goed, een ondraaglijk antwoord.
Daarom praten we vaak gewoon niet. We zeggen enkel praktische zaken. We geven de suiker en de thee door. We kijken elkaar lang in de ogen en doen ons best om niet triest te zuchten. Vooral ik eigenlijk.

Zij zuchten nooit, ze glimlachen. Wanneer we praten, worden de onderwerpen al snel zwaar. Handen beginnen te beven en ogen vullen zich met tranen. En dus gooien we het soms over een andere boeg en maken we grapjes. Ik probeer een paar woorden in hun taal te zeggen en ze lachen met mijn accent.

Ze maken plezier. We maken opnieuw thee. Ze zorgen voor elkaar. Altijd een hand op een schouder, liefdevolle woorden. Ze beschermen elkaar.

Opnieuw stilte. Opnieuw suiker. Opnieuw stilte.
Ik bedenk dat het buiten koud is. Ik bedenk dat het binnen warm is. Opnieuw stilte. Opnieuw thee.
Zo gaan de uren voorbij.

Ik besef dat er weinig mensen zijn bij wie ik me goed voel wanneer het stil is. Dat er weinig contexten zijn waarin stilte niet voor vluchten staat, maar voor delen. Een krachtige taal, zonder regels. Plots vallen hun ogen dicht. Ik besef dat ze uitgeput zijn.

Hoeveel slapeloze nachten hebben ze achter de rug? Ik vraag het niet.
Hoe vaak zijn ze gewekt door geschop. Ik vraag het niet.
We staan op, nemen elkaar in de armen, geven elkaar een dikke knuffel, alsof we elkaar al jaren kennen. Ze zeggen slaaplekker in het Engels. Ik antwoord in het Tigrinya. Ze lachen.

Vanavond zullen ze tenminste slapen. Morgen zal ik hen wekken door op de deur te kloppen.
We doen opnieuw het theeritueel, maar dan met koffie.

We verlaten samen het huis in de winterzon, de handen in de zakken, de sigaretten tussen de lippen.
Morgen zullen ze zoals elke dag terugkeren naar het park.