Een banaal verhaal, zoals er elke dag te lezen zijn.

Het is een banaal verhaal, zoals er elke dag te lezen zijn.

I. ligt in het ziekenhuis.
Pierre is hem donderdag gaan bezoeken.
Geoffrey vrijdag.
Zondag ging Régine.
Morgen zullen wij gaan met onze kinderen.

Om hem zijn kerstcadeautjes te geven: injera’s, bereid door Y., die hem niet kent en die een vriend is van Sophie, die ik een jaar geleden ook niet kende. Zij woont dichter bij mij dan Michèle, Delphine en Oré, die T. nog nooit gezien hebben, maar die toch voorstelden om voor hem te koken, of het aan hun gasten te vragen.

Hij krijgt ook een tablet om de tijd te doden. Zonder de hulp van René had ik die tablet nooit opnieuw kunnen instellen. René heb ik nog nooit gezien, maar hij blijkt de man te zijn van een nicht van mijn vader (of mijn moeder, ik weet het niet meer precies …).

Een banaal verhaal, erg banaal, was het niet dat T. geen familie, collega’s of buren heeft in België.
T. had alleen moeten zijn, zonder bezoek, zonder steun, zonder iemand die zich afvraagt waar hij is.

Maar T., die net als B., F., S., A., O. en ook A., M. en I in het ziekenhuis ligt of opgesloten zit, is omringd door een netwerk van weldoeners dankzij Adriana Costa Santos, Mehdi Kassou, Thomas Tibbaut, Alexandrine Duez en alle fantastische vrijwilligers van dit solidariteitsnetwerk dat zo’n sneeuwbaleffect mogelijk maakt.

En dat is allesbehalve banaal …